Dit is waar Nederlanders het bangst voor zijn op vakantie — en het is niet zakkenrollerij

Samenleving
vrijdag, 26 juni 2026 om 13:29
shutterstock_1227888910
Nederlanders zijn op vakantie het meest bang om hun paspoort of ID-kaart kwijt te raken, niet voor zakkenrollers of scams. Meer dan de helft noemt verlies van reisdocumenten als grootste zorg.
Je zou denken dat Nederlanders op vakantie vooral vrezen voor zakkenrollers, louche taxi’s of oplichtende Airbnb-hosts. Maar uit een recent peiling onder vakantieganger blijkt iets anders: 52 procent is het meest bang om zijn paspoort of ID-kaart te verliezen. Zakkenrollerij en gestolen bagage volgen pas daarna. Dat maakt de grootste vakantievrees eerder administratief dan crimineel.
Die angst is niet helemaal irrationeel. Wie zijn paspoort kwijtraakt, belandt direct in een bureaucratische hindernisbaan: aangifte doen bij de lokale politie, vervolgens langs bij ambassade of consulaat voor een nooddocument, en daarna in Nederland een nieuw paspoort aanvragen. Het betekent gedoe, wachttijden, extra kosten en de reële kans dat de vakantie abrupt moet worden afgebroken. Het beeld van “zonder papieren vastzitten aan de grens” zit diep in het collectieve reisbewustzijn.
Daar komt bij dat het paspoort steeds meer is dan alleen een boekje in de binnenzak. Met bijna twintig miljoen geldige paspoorten en ID-kaarten in omloop is het voor veel mensen ook de sleutel tot hun digitale identiteit, bijvoorbeeld via DigiD. Verlies voelt daardoor minder als een tijdelijk ongemak en meer als een veiligheidsrisico dat doorwerkt tot thuis.
Interessant is dat de grote zorgen van reizigers zich zo verplaatsen van fysieke dreiging naar systeemrisico’s: procedures, identiteitsbewijzen, toegang tot diensten. De vakantienachtmerrie is niet langer de hand in je broekzak, maar de ambtenaar achter het loket die “nee” zegt. Die verschuiving vertelt minstens zoveel over onze afhankelijkheid van documenten en digitale infrastructuur als over de reisbestemming zelf.
loading

Loading