Geld: Hoeveel ‘gelijker’ is Nederland eigenlijk dan Duitsland, Frankrijk of Scandinavië?

Economie
vrijdag, 15 mei 2026 om 6:47
158872783_m
Ongelijkheid is hét woord van de jaren twintig. Politici waarschuwen voor een groeiende kloof, economen zwaaien met Gini‑coëfficiënten en talkshows vragen zich af of Nederland zijn “gelijke kansen” aan het verspelen is. Maar hoe groot zijn de verschillen nu echt? En vooral: hoe doet Nederland het vergeleken met Duitsland, Frankrijk en het vaak bewonderde Scandinavië?

Inkomens: braaf in de Europese klas

Kijk je alleen naar inkomens, dan is Nederland opvallend egalitair. Volgens het CBS ligt de inkomensongelijkheid hier ruim onder het EU‑gemiddelde; slechts vier lidstaten doen het nog gelijker. De Gini‑coëfficiënt voor het besteedbaar inkomen was in 2022 0,285 – na belastingen en toeslagen, die de ongelijkheid met bijna de helft terugduwen.
Daarmee zit Nederland in dezelfde hoek als de Scandinavische landen, en duidelijk onder Duitsland en Frankrijk, waar de inkomensverdeling schever is. In Duitsland zijn lage inkomens de afgelopen decennia aantoonbaar harder achtergebleven dan hoge, terwijl Nederland die kloof beter heeft gedempt. Op het inkomensrapportcijfer is Nederland dus inderdaad “gelijker” dan de grote buren – en nauwelijks minder egalitair dan het hoge noorden.

Vermogen: van gelijk land naar scheve kopgroep

Het beeld kantelt zodra je naar vermogen kijkt. In diezelfde CBS‑publicatie staat dat de Gini‑coëfficiënt voor vermogen op 0,711 ligt – meer dan dubbel zo hoog als bij inkomen. Een recent Europees vermogensrapport plaatst Nederland met een score van 0,65 in de Europese subtop van ongelijkheid: gemiddeld tot relatief hoog, en de kloof is de afgelopen jaren groter geworden.
Dat komt vooral door de huizenmarkt: wie een koopwoning heeft, zag het vermogen exploderen, terwijl huurders amper meeprofiteren. Vergeleken met Frankrijk is Nederland qua vermogen schever; vergeleken met Duitsland en Scandinavië schuift Nederland juist richting die landen op, die eveneens een zeer geconcentreerde rijkdom aan de top kennen.

Rijk, gelijk en toch scheef

Per saldo is Nederland een rijk land met relatief gelijke inkomens, maar een zeer scheve verdeling van rijkdom. Internationale ranglijsten zetten ons qua inkomen dicht bij Scandinavië, maar qua vermogen eerder naast Duitsland en andere landen met een forse top.
De prikkelende conclusie: Nederland is inderdaad “gelijker” dan Duitsland en Frankrijk als je naar het maandelijkse inkomen kijkt. Maar wie vermogen meerekent, ziet dat de polderstaat een stuk minder egalitair is dan zijn zelfbeeld suggereert – eerder een rijk land waar de basis best netjes is geregeld, maar de echte rijkdom zich bovenin opstapelt.

Zo werkt de Gini‑coëfficiënt

De Gini‑coëfficiënt is de standaardmaat om ongelijkheid te meten, bijvoorbeeld van inkomen of vermogen. Het is een getal tussen 0 en 1 (of 0 en 100 als percentage): 0 betekent volledige gelijkheid, iedereen heeft hetzelfde; 1 betekent volledige ongelijkheid, één persoon heeft alles.
In de praktijk liggen inkomens‑Gini’s meestal ergens tussen 0,2 en 0,4; vermogens‑Gini’s zijn veel hoger, vaak tussen 0,6 en 0,8. Hoe hoger het getal, hoe groter de kloof tussen arm en rijk – en hoe makkelijker je landen onderling kunt vergelijken.

Waarom vermogen zoveel schever is

Inkomen komt vooral uit loon en uitkeringen en beweegt relatief langzaam; vermogen bouwt zich op via spaargeld, huizen, aandelen en bedrijfseigendom. Daardoor kan een klein deel van de bevolking over de jaren enorme buffers opbouwen, terwijl anderen nauwelijks bezittingen hebben of juist schulden.
In statistieken zie je dat terug: waar de inkomensongelijkheid in Nederland rond de 0,28 schommelt, ligt de vermogens‑Gini ruim boven de 0,7. Dat betekent dat rijkdom veel geconcentreerder is dan inkomen – en dat beleid dat alleen naar inkomensverschillen kijkt, maar de vermogensstapeling laat lopen, een groot deel van de ongelijkheid buiten beeld laat.
loading

Loading