Een echte nieuwe
vriend maken, dat gaat niet vanzelf. Misschien ken je een aantal mensen oppervlakkig, maar als het erop aankomt zijn dat geen
vrienden. Het kost volgens onderzoek honderden uren om van vage kennis naar hechte vriend te groeien, en dat schuurt met onze snelle, oppervlakkige manier van leven
We denken vaak dat
vriendschap “klikt” of niet, alsof het vooral een kwestie is van chemie of toeval. Maar achter die ogenschijnlijk spontane verbinding zit een harde factor die niet te omzeilen is: tijd. Wie de uren niet maakt, krijgt de diepte niet. Dat blijkt onder meer uit een studie van de University of Kansas, waarin is uitgerekend hoeveel tijd het gemiddeld kost om langs de verschillende stations van
vriendschap te reizen.journals.
Voor een beste vriend bestaat geen shortcut: je moet verschijnen, blijven en herhalen.
Die route ziet er verrassend concreet uit. Na zo’n 40 tot 60 uur samen verschuif je van kennis naar losse vriend. Rond de 80 à 100 uur ontstaat een gewone vriendschap, en pas voorbij de grens van zo’n 200 uur spreken onderzoekers van een hechte of “beste” vriend. Belangrijk detail: vooral vrijwillig gedeelde vrije tijd telt – samen eten, sporten, wandelen, praten – terwijl uren naast elkaar op de werkvloer veel minder bijdragen.
Elke kop koffie, wandeling of telefoontje is een kleine storting op de rekening van een toekomstige beste vriend.
Dat maakt het ineens heel tastbaar waarom het zo lastig is om als volwassene nieuwe vrienden te maken. Met volle agenda’s, zorg voor kinderen en flexbanen
is 200 uur investeren in één persoon een forse opgave. Tegelijk verklaart het waarom mensen die samen studeerden, in een studentenhuis woonden of intensief samen reisden vaak een leven lang verbonden blijven: zij hebben die uren als het ware “vooruitbetaald”.
200 uur tot “beste vriend”
Je wordt geen beste vrienden in drie borrels en een groepsapp. Uit onderzoek van de Amerikaanse communicatieonderzoeker Jeffrey Hall blijkt dat vriendschap stap voor stap groeit: pas na 40 à 60 uur samen ben je meer dan kennissen, rond de 90 uur spreek je van een gewone vriend en pas na ruim 200 uur ontstaat een echt hechte band. Dat zijn vele avonden, weekenden en gesprekken – en vooral uren die je vrijwillig samen doorbrengt. In een tijd van drukke agenda’s en vluchtige contacten op social media is dat een confronterende rekensom.
In een samenleving die relaties graag optimaliseert met apps, algoritmen en snelle netwerkevents is dat bijna een ontnuchterende boodschap. Je kunt een partner swipen en een collega via LinkedIn vinden, maar voor een beste vriend bestaat geen shortcut: je moet verschijnen, blijven, herhalen. Misschien is dat wel de belangrijkste les van dit soort onderzoek. Niet dat we vriendschap moeten gaan timen met een stopwatch, maar dat elke kop koffie, wandeling of telefoontje een kleine storting is op de rekening van onze toekomstig beste vrienden.