In de oorlog in Oekraïne en de oplopende spanningen met Rusland is de kaart van Europa ook weer een kernwapenkaart. De grootste arsenalen liggen formeel bij drie landen:
Rusland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, die allemaal eigen
kernwapens bezitten en zelfstandig over inzet beslissen. Maar minder zichtbaar is een tweede laag: Amerikaanse kernbommen die verdeeld over Europa liggen, als onderdeel van de NAVO-strategie.
Volgens schattingen gaat het om ongeveer honderd Amerikaanse B61-kernbommen, opgeslagen op bases in vijf Europese NAVO-landen: België, Duitsland, Italië, Nederland en Turkije. In België liggen ze op Kleine Brogel, in Duitsland op Büchel. In Italië zijn Aviano en Ghedi de bekende locaties, terwijl in Turkije de Amerikaanse bommen op de luchtmachtbasis Incirlik zijn gestationeerd. Het zijn zwaartekrachtbommen die in oorlogstijd door bondgenootschappelijke gevechtsvliegtuigen kunnen worden afgeworpen.
Officieel bevestigt geen enkele regering het, maar vrijwel alle deskundigen gaan ervan uit dat Nederland ook meedoet in deze zogeheten ‘nuclear sharing’. De B61-bommen zouden liggen op vliegbasis Volkel in Noord‑Brabant, waar al sinds de Koude Oorlog speciale bunkers zijn gebouwd. Nederlandse straaljagers – eerst F‑16’s, nu
F‑35’s – worden geschikt gemaakt als zogeheten ‘dual capable aircraft’: conventioneel inzetbaar, maar in een crisisscenario ook als drager van kernwapens.
Daarmee is Volkel een van de meest gevoelige plekken van het land. De VS houdt de feitelijke controle over de bommen, maar Nederland levert de infrastructuur, piloten en politiek draagvlak. Tegenstanders waarschuwen dat Nederland zich zo tot doelwit maakt en pleiten voor verwijdering van de wapens. Voorstanders zeggen juist dat de aanwezigheid van kernwapens op Europees grondgebied de afschrikking geloofwaardig houdt. Zeker nu de traditionele wapenbeheersingsverdragen afbrokkelen en Rusland opnieuw met kernwapens dreigt, staat die discussie in Den Haag weer vol op de agenda.